De Weimaraner of Weimarse Staande Hond
Behoort tot FCI Rasgroep 7: Staande honden
Het is een middelgrote tot grote hond, de reuen hebben een stokmaat van 59-70 cm, gewicht: reuen 32-38 kg Teven 57-65 cm, gewicht: teven 27-32 kg.
De kleur is zilver- ree- of muisgrijs en alle kleurschakelingen ertussen in.
Karakter
Het is geen makkelijk ras, schaf dan ook nooit een weimaraner aan omdat hij er zo mooi uit ziet !!!! Het is een hond die veel aandacht, training en beweging nodig heeft !!! Dit moet men niet onderschatten. Ook als u ergens leest dat hij makkelijk te trainen is. Dat is in principe wel zo want de weimaraner is een heel intelligente hond maar dit kan ook tegen u werken als u hem niet goed traint. De Weimaraner is een veelzijdige, gepassioneerde jachthond, die systematisch en volhardend zoekt, echter niet overdreven temperamentvol. De neus is opvallend goed. Ze doen hun werk voor het schot (het zoeken van het wild en aanwijzen/voorstaan) en na het schot door het wild binnen te brengen naar de voorjager. De Weimaraner behoort tot de Continentaal 2 groep – dat betekent dat ze in aanleg onder het geweer jagen.
Het is een intelligente hond die als hij geen goede, duidelijke, consequente opvoeding en genoeg beweging krijgt een lastpak voor eigenaar en zijn omgeving is.
Het is een jachthond en dus niet voor iedereen geschikt !
Het mooie aan dit ras is dat zo veelzijdig ze zijn in de jacht er ook veel andere honden sporten met ze gedaan kan worden. Gedrag en gehoorzaamheid, doggy dancing, UV= Uithoudingsvermogen, GH1 en 2 – GH= Gehoorzame Huishond, en vele andere takken van de hondensport. Een weimaraner heeft geestelijke input nodig.
De Weimaraner
Als inleiding het volgende
De Weimaraner is een staande hond en wordt gebruikt zowel voor als na het schot. Komt in Amerika voor als waakhond en verdedigingshond, pakwerk, speurwerk en dergelijke.
Dit in het kort over het gebruik van de Weimaraner.
Karaktereigenschappen
- Zowel de reu als teef op jonge leeftijd al bereid tot training en zeer leergierig. De wil om te werken is aanwezig.
- Dulden geen inconsequent gedrag, terecht belonen en corrigeren. Nog beter negeren.
- Een straf of hulp die niet verhouding staat tot de overtreding wordt niet vergeten. Omgekeerd geldt dit ook voor goed gedrag beloning.
- Zijn zeer aanhankelijk aan een baas en zeer gehecht aan huis en haard, daardoor ook verdedigd gedrag. Geldt in hoge mate voor de reu.
- Is het vertrouwen wederzijds opgebouwd dan gaat de hond tot aan zijn grens. Dit geldt zeker voor training voor gedrag en gehoorzaamheid als voor de jachttraining.
- De reu is van nature in zijn gedrag harder dan de teef, die geneigd is tot overmatige genegenheid.
- Manscherpte komt voor zowel bij reu als teef.
Weimaraner is gefokt op moed en karakter en vrij harde hond.
- Zeer moedig, stevig karakter, bezit een adellijk karakter met zeer persoonlijke eigenschappen.
Moeilijkheden en bijzonderheden tijdens training en opvoeding
- Moeilijkheid met trainen kan zijn te weinig kennis van de hond of honden in zijn algemeenheid en specifiek zijn karakter.
- Vooral bij een Weimaraner is ‘nee’ ‘nee’ en ‘ja’ ‘ja’. Zwart-wit denken en handelen. Is de nieuwe eigenaar dat nog niet eigen, dan ontstaat er inconsequent gedrag van de eigenaar en de hond raakt in verwarring.
- Opvoeding: de blauwe ogen van de jonge Weimaraner zijn zeer verleidelijk en vaak wordt er dan niets afgedwongen.
- Het is geen waterhond zoals een Golden Retriever maar het is hem zeer goed aan te leren met het juiste doorzettingsvermogen en begeleiding.
- Moeilijkheden kunnen ook komen als men op een late leeftijd gaat beginnen met trainen of de opvoeding ter hand gaat nemen. Dominantie wordt aangewakkerd, bijten en verdedigingsdrift. Harde hond maar uitzonderingen bevestigen de regel.
Algemene en bijzondere tips
- Probeer de aandacht van de jonge Weimaraner te pakken, door middel van spel eten en dergelijke zaken.
- Ga nooit met een weimaraner een duel aan, een leider heeft hij nodig.
- Een weimaraner is zeer gevoelig betreffende het overnemen van de leidband. Ik bedoel hiermee dat de eigenaar leiding geeft en niet dat de hond dit over kan nemen.
- Men moet de positieve dingen die de weimaraner doet verstevigen en de negatieve dingen die hij doet negeren. Met andere woorden en positieve benadering.
- De weimaraner is een heerlijke en eerlijke hond, als de opvoeding in een vroeg stadium ter hand is genomen door mensen die er het beste van willen maken en luisteren naar de ervaring van andere Weimaraner eigenaren. MAAR ….let wel op of dit advies bij het karakter van UW Weimaraner past.
- Volgens mij is de Weimaraner niet de gemakkelijkste hond en zeker geen hond voor beginners. Voor veel mensen zijn het moeilijke honden, komt veelal voort uit onbekendheid van de Weimaraner. Consequent gedrag is een eerste vereiste.
Vijf vragen voor een koper van een Weimaraner
- Of men al eens een hond heeft gehad?
- Of men jachthonden kent, eventueel welke rassen?
- Waarom een jachthond, waarom een Weimaraner?
- Wat zijn hun plannen met de hond, motivatie, gelegenheid waar men woont, werkt, en wat men ervoor over heeft? Ruimte voor echt uitlaten, vrijheid van de hond, ik denk aan strand, duinen, bossen en dergelijke?
- Wat verwachten ze van hun hond? Juist wat verwachten ze van de Weimaraner.
Wat moet een koper van een Weimaraner zeker weten
- Dat hij niet de gemakkelijkste hond heeft gekozen.
- Dat het niet een echte waterhond is maar kan heel goed geleerd worden.
- Dat hij/zij zich sterk aan een baas bindt bij een consequente opvoeding.
- Dat de reu vaker een dominant gedrag vertoont dan een teef, moet in goede banen worden geleid om problemen te voorkomen, een goede geleider.
- Dat er verdedigingsdrift in dit ras aanwezig is. Van oorsprong gefokt op moed en karakter.
- Zeer adellijke hond. Adellijk karakter.
Geen of weinig kennis aanwezig van weimaraners en/of honden dan in verbinding stellen met een Hondenclub bij U in de beurt voor een gedrag en gehoorzaamheidstraining. Men leert de hond en zichzelf beter te kennen en te begrijpen. Niet te laat gaan beginnen zo jong als mogelijk is op een jonge honden manier. Tenslotte niet te jong en niet te oud om te leren. Het voorkomen van fouten maakt correcties overbodig.
